Prana, kundalini en shakti

In de tantrafilosofie wordt gesteld dat er maar één energie is in het universum die telkens van vorm verandert. Deze universele energie wordt shakti genoemd. 
 
Aan de basis van onze wervelkolom ligt kundalini-shakti opgeslagen. Een kunda is een kom waarin vuur brandt. Wanneer shakti in een kunda ligt opgeslagen, wordt dit kundalini-shakti genoemd. Vaak wordt het woord shakti weggelaten en wordt er simpelweg over  kundalini gesproken, maar het is dus nog steeds dezelfde pure shakti.
Een kleine hoeveelheid van de energie die kundalini wordt genoemd, straalt af van de energie die zich in de kunda bevindt. Je zou het je kunnen voorstellen als de stoom die opstijgt van kokend water. Deze stralende energie wordt prana genoemd. Dus na weer een kleine verandering wordt kundalini prana genoemd, maar nog steeds is het shakti.
De prana stroomt volgens bepaalde patronen of lijnen. Deze lijnen worden nadi’s genoemd. Er zijn duizenden nadi’s met prana en die kruisen elkaar hier en daar. Waar het grotere kruispunten betreft, wordt het woord chakra gebruikt. De belangrijkste chakra’s die zich langs de wervelkolom bevinden, veroorzaken vijf soorten stromen van energie die vayu’s worden genoemd. Deze vayu’s nemen de kwaliteiten aan van de tattva’s of elementen aarde, water, vuur, lucht en ruimte. Uit de subtiele energie ontstaan eveneens de vijf janendriya’s of cognitieve zintuigen (reuk, tastzin, zicht, smaak en gehoor) en de vijf karmendriyas of actieve zintuigen (uitscheiding, voortplanting, beweging, grijpen en spreken). Gezamenlijk vormen zij de verschillende aspecten van ons fysieke brein, lichaam en adem. Maar nog steeds is het niets anders dan shakti, kundalini-shakti en prana die door nadi’s stroomt. Eén universele energie die zich manifesteert in verschillende vormen.