De vijf uitwendige prana vayu’s

De vijf uitwendige of sub-prana vayu’s zijn: naga, koorma, krikara, devadatta en dhananjaya. De functie van naga is boeren, hikken en overgeven. Koorma maakt het openen van de ogen mogelijk en stimuleert het knipperen met de ogen. Krikara zorgt voor honger, dorst en brengt slaap en gapen teweeg. Devadata zorgt voor niezen. Dhananjaya blijft nog even in het lichaam na het overlijden en zorgt voor het ontbinden van het lichaam.
 
Alle tien de prana’s werken synchroon samen en zorgen ervoor dat fysieke activiteiten goed verlopen. In het dagelijks leven verbruiken zorgen en stress de meeste prana, waardoor ons pranamaya kosha uitgeput raakt. Dit veroorzaakt weer vermoeidheid, depressie en een slechte spijsvertering en circulatie. Als deze negatieve cyclus voortgaat, heeft het lichaam niet langer de kracht om te lopen, werken, denken en veroorzaakt de kleinste verstoring nervositeit en angst. Daarom is het van belang dat de prana’s constant worden opgeladen.  Als ze voldoende zijn opgeladen en in harmonie functioneren, zorgen ze dat we gezond en vitaal zijn van lichaam en geest. Zo kunnen we onze talenten ontplooien en onze doelen in het leven verwezenlijken.