Abhyasa, de kunst van de beoefening

Het doel van yoga is de geest tot rust te brengen en onder controle te krijgen zodat we ons onveranderlijke Zelf kunnen ervaren.
Patanjali, Yoga Sutras 
 
Patanjali legt vervolgens uit hoe de 2 principes abhyasa of beoefening en vairagya of onthechting de kern van yoga vormen. Abhyasa betekent dat je je voortdurend inspant om die staat van innerlijke rust te bereiken en te behouden. Vairagya of onthechting is het leren loslaten van de vele hechtingen, van angsten, van voorkeur en afkeer, van de valse identiteiten die ons ware Zelf versluieren. 
Ook Krishna spreekt in de Bhagavad Gita over abhyasa en vairagya als sleutels tot het temmen van de rusteloze geest:
 
O Arjuna met je machtige armen, zonder twijfel is de geest onrustig en moeilijk te beteugelen, maar hij kan worden beheerst door regelmatige oefening (abhyasa) en onthechting (vairagya). (Gita 6.35)
 
Arjuna twijfelt of het hem zal lukken om zijn geest onder controle te krijgen. Krishna geeft toe dat het beteugelen van de geest niet makkelijk is en veel kracht vergt, maar dat het mogelijk is door voortdurende oefening en onthechting. 
De twijfel van Arjuna is ook onze twijfel op het moment dat wij beginnen te mediteren en ondervinden dat het moeilijk is om de geest tot rust te brengen. Door deze twijfel verliezen we onze kracht en neigen we ertoe onze beoefening op te geven, vandaar dat vastbeslotenheid en standvastigheid in onze beoefening zo belangrijk zijn. Patanjali geeft aan dat drie zaken essentieel zijn bij abhyasa, namelijk gedurende een langere tijd oefenen, oefenen zonder onderbreking en gecommitteerd blijven aan de beoefening. Op deze manier wordt de beoefening stevig verankerd en krijgt twijfel er geen grip op.
 
Een manier om dit bevatten is het vergelijken met het beoefenen van je eigen yoga of meditatie. 
Door de houding of meditatie steeds vaker en in een aangesloten periode te doen –des te dieper het niveau van je ervaring. Je kunt met jezelf afspreken dat je 3 keer in de week een half uur aan yoga doet, of elke ochtend een paar minuten bij je kaars of deva zit. Als je vanbinnen voelt dat je dat echt wilt doen is het ook makkelijker om het te doen. En doordat het in je systeem gaat zitten, zal je het missen als je het overslaat, waardoor de kans groot is dat je het alsnog gaat doen. 
 
Zowel Krishna als Patanjali noemen abhaysa in één adem met vairagya. Hoewel het tegengestelde termen zijn - bij abhyasa gaat het immers om een houding van niet opgeven en bij vairagya om een houding van loslaten - zorgen ze er samen voor dat je controle krijgt over lichaam en geest. Voortdurende beoefening leidt tot Zelfrealisatie, terwijl onthechting ervoor zorgt dat je tijdens deze innerlijke reis niet op een zijpad belandt door invloeden vanuit de buitenwereld. Abhyasa komt neer op iedere keer weer vairagya beoefenen. Het is telkens uit de opties datgene kiezen dat bijdraagt aan een stabiele staat van innerlijke rust.
 
Vairagya helpt je om binnen het blijven beoefenen, ook los te laten. Dat kun je vertalen als niet vast blijven houden aan je patronen, zodat het rigide wordt, maar de flow erin te houden. Te blijven kijken wat werkt en het zo nodig aanpassen. Met je focus op het bijdragen aan die stabiele staat van innerlijke rust. 
 
Er is nog een andere Sanskriet term die als beoefening wordt vertaald, namelijk sadhana. Het is goed om het verschil te begrijpen tussen abhyasa en sadhana. Abhyasa betekent beoefening, maar op een zeer algemene en allesomvattende manier. Het betekent dat je de juiste beslissingen neemt en voor die acties kiest die leiden tot een kalmere geest.
Sadhana betekent ook beoefening, maar is meer specifiek. Het betreft de directe oefeningen die je doet, zoals de specifieke methodes en technieken waarmee je met je lichaam, adem en geest werkt. 
Je wekelijkse yoga beoefening, werken met de houdingen, pranayama, meditatie is je sadhana. Welke beslissingen je neemt, welke keuzes je gedurende de dag maakt, is abhyasa.
 
Een manier om abhyasa te beoefenen is dat je met een kwaliteit werkt zoals bijvoorbeeld geweldloosheid. Dat je dit niet voor een half uurtje doet op het moment dat je eraan denkt, maar de hele dag. En dan ook langere tijd en steeds blijft kijken hoe je dat in praktijk kunt brengen. Dat kan beginnen met niet te (laten) doden, ook niet voor je voeding. Dit kan zich verder ontwikkelen doordat je je woorden erbij betrekt, hoe praat je over mensen en situaties. En dan verder naar je gedachtes, op welke wijze denk je over anderen, en ook over jezelf. Uiteindelijk wordt het een kwaliteit die je op alle niveaus toepast in je leven, je helemaal eigen hebt gemaakt tot het je tweede natuur is geworden.
 
Abhyasa beperkt zich dus niet tot de beoefening van asana, pranayama en dhyana, maar heeft ook betrekking op onze dagelijkse activiteiten. Het gaat erom in alle omstandigheden met aandacht het “juiste” te denken, zeggen en doen.